Als het water stijgt…

Heb je wel eens het gevoel dat je verdronk terwijl er nergens water in de buurt was? Ik weet niet exact waar het mee begint als het mij overkomt maar volgens mij is het meestal het stemmetje van de eetstoornis die het zaadje plant. Dik, vet, waardeloos, zwak, onhandig, dom, goedgelovig, niet-goed-genoeg is nog maar een kleine greep uit de dingen die het stemmetje mij vertelt. Het water komt tot de enkels.

Maar nu ben ik sterk, nu kan ik ertegen. Ik weet waarom het stemmetje die dingen zegt en als ik haar wél geloof komt er niks goeds van terecht. Ik heb de eindbestemming van haar vernietigende werking van erg dichtbij gezien maar de weg erheen voelde zo goed. Er komt twijfel in mijn hart, zal ik naar haar luisteren? Gewoon een beetje maar niet helemaal.

“Echt over gaat het nooit hè?” Vroeg een stalgenootje laatst aan mij, ze had gelijk en ze begreep het. Ze bedoelde de eetstoornis. Ik bevestigde haar vermoeden en zei dat ik het altijd ergens bij mij zou dragen. Het voelde ergens heel fijn en geruststellend of nog liever gezegd bijna als een opluchting dat het vrij normaal leek te zijn dat het mij soms nog zo in beslag nam. Als iemand het zich kon voorstellen dan was het toch niet zo raar?

 

 

Taart in de kantine. Onverwachte eetmomenten met veel calorieën bezorgen mij nog altijd stress. Ik kan het niet helpen. Aangezien ik recht-door-zee ben en openhartig ben over dit soort dingen, doe ik het dan even luchtig af met een soort grapje dat op waarheid berust: “Neen, dank je, daar kan mijn eetstoornis het nog niet helemaal mee eens zijn…”

“Maar die is toch over?” Over. Dat klinkt definitief, het zou wel fijn zijn, ja. Juist op zo een moment dat de eetstoornis griezelig dichtbij is voelt zoiets als beklemmend. Ik ben echt raar. Onbegrepen. Aan de buitenkant lijkt het over omdat ik nu ronde billen heb zoals vroeger. Mijn hoofd is alleen regelmatig nog steeds vol met gedachten over eten maar het zou dus over moeten zijn omdat het aan de buitenkant over is. Het water stijgt tot aan de knieën. Het gekke met dat waterniveau is dat het wel altijd lijkt te stijgen maar niet meer zakt totdat dat ene moment is bereikt.

Nadat ik die week een kijkje heb genomen op de weegschaal slibt mijn hoofd nog voller met gedachten over eten. Over wel eten, niet eten. Mijn leven lijkt heel langzaam te ontsporen doordat alles anders gaat dan ik zou willen. Allerlei wendingen die mij gewoon maar over komen, Pip wordt gescand en de uitkomst daarvan was heel erg slecht. We gaan ineens verhuizen, geweldig maar ook heel eng. In mijn gezicht wordt het ene gezegd, een paar dagen later krijg ik pas het achterste van diegene zijn tong te zien. Tot aan mijn heupen reikt het nu (jouw-hele-volle-daar-mogen-wel-een-paar-kilootjes-af-heupen voegt mijn eetstoornis eraan toe). Ik geef haar gelijk.

Plezier sijpelt weg uit de meeste dingen, de paarden lijken zelfs hun glansrijke aantrekkingskracht te verliezen en ik ploeg mij door de dagen heen. Tot aan je heupen in het water staan en dan moeten lopen is namelijk zwaar. Ik verbaas mij nog enigszins over het uitblijven van ik-wil-dood en ik-wil-niet-meer gedachten. Ze komen niet maar ik voel mij wel net zo zwaarmoedig als toen.

Thuis hebben we het druk met van alles, voornamelijk leuke maar wel energie slurpende dingen en de drama zal ik je besparen maar niet lang daarna reikt het tot mijn lippen. Ademen wordt al moeilijk, ontspannen onmogelijk. Eten, niet-eten, eten. Te weinig tijd. Onbegrip. Mislukking. En dan komt er dát ene moment, een beslissing buiten mij om. Wat verwijten en ik verdrink, het waren dingen die ik in andere omstandigheden heel goed naast mij neer had kunnen leggen maar nu niet, vervolgens spoelt alles eruit. Opgebrand. Klaar.

Dan begint de zelf-analyse. Keek iedereen toe hoe ik aan het verdrinken was? Ik zou willen zeggen van wel, dat het de schuld is van een ander maar eigenlijk ben ik er voornamelijk zelf debet aan. Ik weet het en voel het aankomen. Ik voel dat keerpunt met rasse schreden naderen en ik onderneem geen stappen omdat ik het van mijzelf moet kunnen, dat ik het moet slikken (van de eetstoornis moet er vooral niks geslikt worden want die is er ook nog). Ik moet sterk zijn en toegeven dat je een depressie voelt naderen terwijl er allerlei leuke dingen op het punt staan te gebeuren past niet in dat plaatje hè?

Ik zou het als een kracht moeten zien dat ik aan kan geven wat ik niet kan, waar mijn zwaktes liggen en wanneer het te veel wordt. Ik moet terugtrekken als ik voel hoe mijn draagvlak te klein wordt en mijzelf dan beschermen. Toegeven wat je niet kunt is misschien wel de grootste kracht die er bestaat. Ik geef toe dat ik even niet meer kan of in ieder geval er niet meer bij kan hebben. Alleen daardoor voel ik mij alweer lichter, een beetje beter, een beetje alsof de wereld toch niet ten einde gaat komen…

Tagged , , , , ,

1 gedachte over “Als het water stijgt…

  1. Heel mooi verwoord ! <3

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *